Eisen per groep en kledingeisen

 

Eisen per groep

Groep 1: Watergewenning, drijven, start crawlbenen.

Diepte: Ondiep, exacte diepte ligt aan de grootte van de kinderen.

  1. Springen vanaf de kant.
    Zelfstandig in het water springen.
  2. Bellen blazen in het water.
    Met (minimaal) de mond onder water en blazen.
  3. Onder water zakken, hoofd onder water.
    Zitten richting bodem, tot je hoofd onder water is.
  4. Onder water oriëntatie, ogen open.
    Een voorwerp van de bodem pakken met ogen open.
  5. Drijven buik, 5 tellen, zonder hulp/drijf-middel.
    5 Tellen ontspannen stilliggen op de buik, ogen open, hoofd onder water, zonder hulp.
  6. Drijven rug, 5 tellen, zonder hulp/drijf-middel.
    5 Tellen ontspannen stilliggen op de rug, zonder hulp.
  7. Start rugcrawl benen, met/zonder hulpmiddel.
    Zelfstandig naar de overkant flipperen/spetteren met de benen, ontspannen op de rug. Dit mag met een hulpmiddel, bv. bal, plank, flexibeam.
  8. Start borstcrawl benen, met/zonder hulpmiddel.
    Zelfstandig naar de overkant flipperen/spetteren met de benen, ontspannen op de buik, met het gezicht in het water. Dit mag met een hulpmiddel, bv. bal, plank, flexibeam.


Groep 2: Alle beenslagen, starten met combinatie schoolslag met focus op beenslag.

Diepte: Ondiep, exacte diepte ligt aan de grootte van de kinderen.

  1. Rugslag.
    Zelfstandig met de juiste techniek en stuwing naar de overkant zwemmen.
    Ontspannen rugligging, juiste voethouding en beenbeweging.
    Bij voorkeur zonder drijfmiddel, hulpmiddel is toegestaan.
  2. Rugcrawl benen.
    Zelfstandig met de juiste techniek en stuwing naar de overkant zwemmen. Ontspannen rugligging, voeten/benen onder water, juiste beenbeweging. Bij voorkeur zonder drijfmiddel, hulpmiddel is toegestaan.
  3. Borstcrawl benen (voorkeur zijwaartse ademhaling).
    Zelfstandig met de juiste techniek en stuwing naar de overkant zwemmen. Bij voorkeur met zijwaartse ademhaling. Ontspannen buikligging, voeten/benen onder water, juiste beenbeweging/ Drijfmiddel/hulpmiddel toegestaan.
  4. Schoolslag benen (goede stuwing).
    Zelfstandig met de juiste techniek en stuwing naar de overkant zwemmen. Ontspannen buikligging, juiste voethouding en beenbeweging. Drijfmiddel/hulpmiddel toegestaan.
  5. Schoolslag combinatie (begin van de schoolslag).
    Naar de overkant zwemmen met combinatie armen/benen, juiste beenbeweging. Drijfmiddel/hulpmiddel toegestaan.
  6. Kopsprong.
    Basishouding, vooroverbuigen en met handen/hoofd als eerste in het water laten vallen. Dit kan zittend of op de knieën vanaf kant of mat in het water. (Staand is niet toegestaan ivm ondiepte bodem)
  7. Onder water oriëntatie, ergens doorheen zwemmen.
    Door een hoepel of zwemzeil zwemmen met ogen open.


Groep 3: Combinaties slagen + wisselen tussen diep/ondiep.

Diepte: Geen exacte diepte, bekijken naar gelang de mogelijkheden/ervaringen.

  1. Ondiep: schoolslag combinatie, 1 kurk.
    In ondiep water een juiste schoolslag combinatie en uitdrijfmoment.
  2. Ondiep: rugcrawl combinatie, begin van de rugcrawl.
    Doorgaande arm en been beweging.
  3. Ondiep: borstcrawl combinatie, begin van de borstcrawl
    Doorgaande arm en been beweging met een zijwaartse ademhaling.
  4. Halfdiep: kopsprong, onder water oriëntatie, gat.
    Staand duiken vanaf de kant door een gat in een verticaal in het water hangend zeil. (dit gat mag halfdiep en/of dichterbij hangen)
  5. Diep: springen vanaf de kant + watertrappen.
    Met een drijfmiddel springen vanaf de kant en aansluitend watertrappen.
  6. Diep: rugslag 12½ / 15 meter.
    Minimaal 12½ meter rugslag zwemmen in diep water. Met een juiste voetenstand, stuwing en de armen stil.
  7. Diep: schoolslag combinatie, 1 kurk, 12½ / 15 meter.
    Minimaal 12½ meter schoolslag met een kurk. De schoolslag wordt uitgevoerd met een juiste combinatie en uitdrijf moment.


Groep 4: Diep bad: afbouwen drijfmiddelen.

  1. Afstand met kurk (buik/rug/buik/rug).
    Lange banen met kurk, minimaal banen van 15 meter achter elkaar, 4 banen zwemmen. Afwisselend schoolslag en rugslag.
  2. Afstand zonder kurk (buik/rug/buik/rug).
    Lange banen, minimaal banen van 15 meter achter elkaar, 4 banen zwemmen. Afwisselend schoolslag en rugslag.
  3. Kopsprong + gat (eindvorm diploma A).
    Van de kant te water gaan met een duik, gevolgd door (zonder boven te komen) onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 3 meter van de (start-)kant bevindt
  4. Rugcrawl zonder kurk.
    5 Meter rugcrawl met een doorgaande arm en been beweging.
  5. Borstcrawl zonder kurk.
    5 Meter borstcrawl met een doorgaande arm en been beweging en zijwaartse ademhaling.
  6. Drijven buik 5 tellen + drijven rug 10 tellen.
    5 Tellen ontspannen drijven op de buik, hoofd in het water + 10 tellen ontspannen drijven op de rug.
  7. Watertrappen.
    Van de kant te water gaan met een sprong naar keuze, gevolgd door 60 seconden watertrappen met gebruik van armen en benen.

 

Groep 5: Diplomaprogramma compleet, einddoelen.

  1. Gekleed zwemmen.
    Vanaf enige hoogte te water gaan met een voetsprong voorwaarts, na het bovenkomen aansluitend, 15 seconden watertrappen, gevolgd door 12,5 meter zwemmen, proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  2. Afstand zwemmen + potlood (zakken naar de bodem).
    25 Meter schoolslag, gevolgd door 25 meter enkelvoudige rugslag, gevolgd door 25 meter schoolslag onderbroken door 1 keer voetwaarts richting de bodem zakken, gevolgd door 25 meter enkelvoudige rugslag.
  3. Kopsprong + gat.
    Van de kant te water gaan met een duik, gevolgd door (zonder boven te komen) onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 3 meter van de (start-)kant bevindt.
  4. Rugcrawl.
    5 Meter rugcrawl met goede armoverhaal boven water zonder onderbreking en flipperbeweging met de benen.
  5. Borstcrawl.
    5 Meter borstcrawl met goede armoverhaal boven water en flipperbeweging met de benen en zijwaartse ademhaling.
  6. Drijven.
    Enkele slagen zwemmen op de buik, aansluitend 5 seconden drijven op de buik, aansluitend enkele slagen zwemmen, gevolgd door halve draai naar rugligging, gevolgd door 10 seconden drijven op de rug.
  7. Watertrappen.
    Van de kant te water gaan met een sprong naar keuze, gevolgd door 60 seconden watertrappen met gebruik van armen en benen, waarin 2 keer, al watertrappend, een hele draai om de lengte-as gemaakt wordt.

 

Groep 6: Diploma B

  1. Gekleed zwemmen.
    Vanaf lage kant achterwaarts in het water vallen, 15 sec. watertrappen, 50 meter zwemmen, 1x onder vlot door zwemmen en op de kant klimmen (zonder trapje te gebruiken)
  2. Afstand zwemmen.
    150 meter zwemmen: 25 meter schoolslag gevolgd door 25 meter rugslag (dit nog 2x herhalen) en in de laatste baan een halve draai om de lengteas (van rug naar buik en van buik naar rug)
  3. Kopsprong + 6 meter onderwater zwemmen.
    Van de kant duiken, gevolgd door (zonder boven te komen) onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 6 meter van de (start-)kant bevindt
  4. Rugcrawl 10 meter.
    In het water afzetten van de wand en 10 meter rugcrawl met goede armoverhaal boven water zonder onderbreking en flipperbeweging met de benen.
  5. Borstcrawl 10 meter.
    Starten vanuit het water, afzetten van de wand en 10 meter borstcrawl met goede armoverhaal boven water en flipperbeweging met de benen en zijwaartse ademhaling)
  6. Drijven op de rug + voortbewegen.
    In het water springen, 15 sec. drijven op de rug, dan 5 meter hoofdwaarts voortbewegen op de rug met gebruik van armen in de richting van een drijvend voorwerp.
  7. Drijven op een voorwerp.
    20 Sec drijven op een voorwerp ( buis, plankje of bal)
  8. Watertrappen met verplaatsen. - In het water springen, 60 sec. watertrappen met gebruik van armen en benen terwijl je je in verschillende richtingen verplaatst, tussentijds 1x voetwaarts naar bodem zakken.

 

Groep 7: Diploma C

  1. Koprol (met kleding)
    Vanaf de lage kant een koprol voorover.
  2. Survival compleet (met kleding)
    Vanaf de kant een koprol, 15 sec. watertrappen, 30 sec rechtop zitten/ blijven drijven (HELP-houding) met gebruik van hulpmiddel (buis, plank, bal) vervolgens voorwerp loslaten en 5mtr voortbewegen op de rug met alleen gebruik van de armen.
  3. Hurksprong (met kleding)
    Met kleding, vanaf de kant springen, waarbij het hoofd boven water blijft.
  4. Afstand zwemmen (met kleding)
    Vanaf de kant springen met hoofd boven water, 100 meter zwemmen onderbroken door 1x onder en 1x over het vlot te gaan, uit het water klimmen zonder gebruik te maken van het trapje.
  5. Met kleding door het gat.
    Van de kant springen, enkele slagen zwemmen en 1 meter voor het zeil onderwater gaan en door het gat in een verticaal in het water hangend zeil zwemmen. (zonder jas).
  6. Kopsprong + gat, en boven komen in wak.
    Van de kant duiken, gevolgd door (zonder boven te komen) onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 6 meter van de (start-)kant bevindt, aansluitend bovenkomen in een gat in een horizontaal liggend zeil (wak).
  7. Hoekduik
    Tijdens de banen schoolslag 1x hoofdwaarts naar bodem zakken en daarna doorzwemmen.(handstand in diep water benen stil, helemaal onder water zakken).
  8. Afstand zwemmen
    In het water springen 75 meter schoolslag (met uitdrijfmoment), in de derde baan hoofdwaarts zakken naar de bodem, 75 meter rugslag ( met armen stil).
  9. Rugcrawl 15 meter
    In het water van de kant afzetten en 15 meter de rugcrawl.
  10. Borstcrawl 15 meter
    In het water afzetten en 15 meter de borstcrawl met zijwaartse ademhaling.
  11. Watertrappen + drijven op de rug.
    Springen in het water, 30 sec watertrappen met verplaatsing in diverse richtingen met gebruik van armen en benen, 15 sec drijven rug, 30 sec watertappen met alleen de benen.

 

Kledingeisen

Diploma A

Shirt:

  • Lange mouwen

Broek/tregging of rok:

  • Tot over de enkels
  • Geen legging/pyjama

Schoenen:                                                                                        

  • Gymschoenen/buitenschoenen
  • Geen waterschoenen/surfschoenen/balletschoenen/”drijfschoenen      

 

Diploma B

 Shirt:

  • Lange mouwen

Broek/tregging of rok:

  • Tot over de enkels
  • Geen legging/pyjama

Schoenen:

  • Gymschoenen/buitenschoenen
  • Geen waterschoenen/surfschoenen/balletschoenen/”drijfschoenen 

 

Diploma C

 Shirt:

  • Lange mouwen

Broek/tregging of rok:

  • Tot over de enkels
  • Geen legging/pyjama

Schoenen:

  • Gymschoenen/buitenschoenen.
  • Geen waterschoenen/surfschoenen/balletschoenen/”drijfschoenen 

Jas:

  • Regenjas/zomerjas